
Wij nodigen u uit voor de volgende bijeenkomst:
Donderdagavond 17 september 2026, van 20.00 tot 22.00 uur
Zaal 2 en 3, de zaal is open vanaf 19.30 uur
Onderwerp: Bewoningsgeschiedenis m.b.v. diverse i.h.b. Haardstedengeldregisters, vóór en na omstreeks 1811
Spreker: de heer Broer Roorda
Broer Roorda woont sinds 2000 in Assen en is sinds 2023 vrijwilliger bij het Drents Archief. Hij raakte rond zijn 20ste jaar geïnteresseerd in zijn voorouders en die van zijn vrouw. Dat leidde tot een tweetal vroege publicaties in Friesland en Groningen. Als amateurgenealoog heeft hij in de loop van de tijd ook anderen aan voorouders geholpen. Na afronding van een studie in de Sociale Wetenschappen volgde een beleidsfunctie bij verschillende overheden, waaronder de gemeente Voorst. Na zijn pensionering kreeg bewoningsgeschiedenis zijn interesse en noemt hij zich ook amateurhistoricus. Dat heeft geleid tot een drietal boeken met (bijna) alle bewoners en eigenaren aan twee straten in Assen, een boek vol met diverse historische Asser thema’s en meerdere artikelen in het Asser Historisch Tijdschrift en het Drentse Genealogisch Jaarboek 2020/2021. Maar ook elders, zoals in Wartena (Frl.) en Hengelo (Groot Driene, Overijssel), heeft Broer Roorda verslag gedaan van bewoningsgeschiedenis van woningen en hun percelen.
In het boek over de Oostersingel in Assen is de begingeschiedenis tot begin 1800 vooral te danken aan de Haardstedengeldregisters en rekeningen van de rentmeester van het Convent Assen. Want juist deze registers bieden hulp bij een zoektocht naar het vinden van bewoners van woningen en hun locaties vóór 1800. Beide registers zijn een belangrijke bron voor bewoningsgeschiedenis en genealogisch en historisch onderzoek. Broer Roorda vertelt hoe we in het kader van bewoningsgeschiedenis bewoners en/of eigenaren van huizen en boerderijen kunnen vinden en geeft een toelichting over de achtergrond van de (Drentse) haardstedengeldregisters. Met deze achtergrondervaring vanuit Drenthe hoopt hij een vertaalslag te kunnen maken naar onze regio en bronnen uit het Regionaal en Gelders Archief. Daarbij doet hij ook een beetje een beroep op kennis en ervaring van aanwezigen.
Na een pauze zal hij ingaan op een zoektocht naar locaties van woningen en huisadressen van voorouders na 1811.
Er zal voldoende gelegenheid zijn voor vragen.
