NGV afdeling Betuwe

Zouaaf 5

Wat de Betuwe overkwam met haar Zoeaven

door Annelies (J.E.M.H.) van Bronswijk

Tussen 1863 en 1870 reisden 50 Betuwse mannen en jongens vanaf 17 jaar gratis naar Rome om voor twee jaar dienst te nemen in het Pauselijke leger. Hun eerste tussenstop was Oudenbosch waar ze kandidaat-zoeaven uit andere delen van Nederland ontmoetten. Ze kregen er onderkomen en goed eten totdat het groepje groot genoeg was om door te reizen naar Brussel voor keuring en registratie.

Dat zag het er al heel anders uit dan thuis in de Betuwse klei. Het avontuur ging verder met treinen naar het zuiden van Frankrijk. In Marseille wachtte een zeilboot waar zij als dekpassagier, koud en nat, minstens twee etmalen op verbleven om de Middellandse Zee over te steken naar Italië. In Rome was er een tweede, strengere keuring. Pas daarna kon men zoeaaf worden.

Te Rome aanschouwden de zoeaven, tussen hun militaire en politionele plichten door, een verwarrend nieuwe wereld. Bij de kerken alleen al, die ze alle bezochten, viel hun eigen parochiekerk geheel in het niet. Ze schreven er enthousiast over in brieven naar huis.

Van de 50 avonturiers, lieten er drie het leven. Wie wel terugkwam, was een ander mens geworden. De meesten konden niet meer aarden in hun oude leven. Natuurlijk, in hun dorpen waren ze helden. Maar voor de Nederlandse wet waren ze statenloos geworden en ontvingen ze geen steun meer van de overheid. Dus organiseerden zij dat onderling in hun broederschappen die in de steden ontstonden. Zij namen hun lot in eigen hand en dat moet toch veel betekend hebben voor ontwikkeling en welvaart van de Betuwe. Alleen is dat nog nauwelijks onderzocht.

Van de 50 avonturiers, lieten er drie het leven. Wie wel terugkwam, was een ander mens geworden. De meesten konden niet meer aarden in hun oude leven. Natuurlijk, in hun dorpen waren ze helden. Maar voor de Nederlandse wet waren ze statenloos geworden en ontvingen ze geen steun meer van de overheid. Dus organiseerden zij dat onderling in hun broederschappen die in de steden ontstonden. Zij namen hun lot in eigen hand en dat moet toch veel betekend hebben voor ontwikkeling en welvaart van de Betuwe. Alleen is dat nog nauwelijks onderzocht.

Wij genealogen, kunnen dit onderzoek samen uitvoeren. Wanneer we de drie voorouder-generaties van iedere zoeaaf en hun nazaten tot op heden uitpluizen, inclusief hun carrières, ontdekken we de veranderingen die ze teweegbrachten. De militaire verwikkelingen van iedere Betuwse zoeaaf is binnenkort in boekvorm beschikbaar als basis (auteur: Lieven Gorissen).

Wie wil er mee zoeaven uitpluizen? Eerst de 50 van de Betuwe, daarna uit andere delen van Nederland (ruim 3000 totaal) en Vlaanderen (ongeveer 2000). Samen ongeveer de helft van de 11.000 zoeaven die er ooit waren. Mail me als je interesse hebt: j.e.m.h.v.bronswijk@tue.nl

Bijlage: Over wie gaat het?
De Betuwse zoeaven kwamen uit

Andelst (Mathijs van Megen en Peter Vilier),
Acquoy (Mart van Leeuwen en Willem Versteegh),
Beesd (Jan Spronk, Andries en Willem van Walstijn, Theo van Wijngaarde),
Bemmel (Jan van Beers, Frans van den Berg en Leonard Lintsen),
Culemborg (Nicolaas Dijkers, Jan Houwe-ling, Thomas Kronenburg, Theo Philippi, Piet Rodermans, Cornelis Romijn, Jan Stornel en Hendrik de Vries die in Amsterdam geboren was), Elden (Lambert Peters),
Elst (Willem Derksen en Hendrik Nas),
Gellicum (Lambert van Gemert, Herman van Rooden en Lambert Rosenboom),
Goilberdingen (Ad Stigters),
Herveld (Geurt van Baal, Bernard Frankenhoff, Jan Teunissen en Kobus Verzet),
Stad en Schependom Huissen (Gerard Hegeman, Hendrik Kasteel [broeder Thomas], Willem Koenen, Gerard van der Sand en Jan Schut die in Didam geboren was), Lent (Jacob Niels),
Rhenoy (Albert van Roden en Walter de Vries),
Rumpt (Frans van den Heuvel en Jan Oeters),
Tiel (Gijsbert Bakker, Lambert van Haaf, Dirk-Jan Hummeling, Jan Kilb die in Duitsland geboren was, Dominicus Kilsdonk die in Winssen geboren was maar vanuit Tiel naar Rome ging, Willem Loogman, Piet de Poorter, Matthias van ’t Rood die in Amsterdam geboren was en Albert van Welsenaar),
Varik (Jan en Martin van Schaik) en
Zandwijk (Hendrik de Smits).