NGV afdeling Betuwe

Zouaaf 4


 

De Zouaven beweging, met in de gelederen ook een aantal Betuwenaren, bestond in de 19e eeuw. De beweging kwam in actie na het uitroepen van het Italiaanse Koninkrijk in 1861, onder leiding van Koning Vittorio Emanuele II. Deze koning was van mening dat Rome, met het Pausdom, tot zijn Koninkrijk behoorde.

De Pauselijke Zoeaven (ouder Nederlands: zouaven) (Italiaans: Zuavi Pontifici) waren, in navolging van de Franse zoeaven, een infanterie-eenheid van de Kerkelijke Staat (1861-1870), opgericht als antwoord op interne instabiliteit en op de Risorgimento, de beweging die het van oudsher in grotere en kleinere staten en staatjes verdeelde Italië wilde verenigen tot één Italiaanse staat.

In het kader van de Risorgimento werd de Kerkelijke Staat bedreigd door militaire en guerrilla-aanvallen die werden geleid door Victor Emanuel II, koning van Sardinië, en diens bondgenoot Giuseppe Garibaldi, een liberaal en nationalist die streefde naar de scheiding van kerk en staat. Ook interne instabiliteit vormde een grote bedreiging voor het voortbestaan van de Kerkelijke Staat.

Oproep van paus Pius IX
In het Revolutiejaar 1848 waren er opstanden die leidden tot een kortstondige Romeinse Republiek (1849). Franse legers hielpen de paus toen weer in het zadel, maar de problemen bleven voortduren. Om deze dreigingen het hoofd te bieden, riep paus Pius IX in 1860 de gehele katholieke wereld op om jonge, ongehuwde mannen te zenden, om als vrijwilliger dienst te doen in dit legeronderdeel. Uiteindelijk ontstond een vrijwilligersleger dat voor maar liefst 1/3e deel bestaand uit Nederlanders!

Waarom gaven er zoveel Nederlanders gehoor aan deze oproep? Het katholieke geloof had enkele eeuwen onder druk gestaan van het protestantisme in Nederland. De gebieden waar veel katholieken woonden (ook in de Betuwe), keerden zich in zichzelf. Dit leidde tot een grote onderlinge verbroedering. Deze strijd om de Paus te beschermen, gaf een prima kans om hun verbondenheid naar buiten toe te uiten.

Franse militie
Zij zouden ook in de Krimoorlog (1853-56) en in de Frans-Duitse Oorlog (1870-71) een vooraanstaande rol spelen. Vermoedelijk vormde de uitstekende reputatie die deze zouaven hadden op het slagveld, een inspirerende rol bij het verzinnen van een naam voor het vreemdelingenlegioen dat paus Pius IX in 1860 bijeen zocht te brengen. Hij noemde dat legioen namelijk: Zuavi Pontifici, zoeaven van de paus.

De eerste vrijwilligers die naar Rome trokken waren Franse oud-militairen die in Noord-Afrika gediend hadden. Zij hadden de naam van een Berberstam “de Zouaoua” meegenomen en deze naam aan het vrijwilligerskorps gegeven. Vandaar dat de Nederlanders ook “de Zouaven” genoemd werden.

Pater Cornelis de Kruijf

Pater Cornelis de Kruijf
De Nederlandse Zouaven beweging werd gestalte gegeven door de Amsterdamse Pater Cornelis de Kruyf. Hij kreeg hulp en bekendheid door aandacht in de Katholieke pers, waardoor er donaties binnen kwamen. En Pater de Kruyf leverde waar voor zijn geld.

Keuring
De katholieken uit de Betuwe moesten eerst naar Amsterdam voor een fysieke keuring. Voor de jongemannen uit een dermate besloten gemeenschap, zal dit al een hele onderneming geweest zijn!

Militaire training
Na de keuring ging de reis verder naar het Brabantse Oudenbosch waar een militaire training volgde. Na de afronding van de opleiding ging het per trein naar Marseille om vandaar uit, per zeilboot, door te reizen naar Rome. En toen moest het echte avontuur nog beginnen!

De slag bij Metena
Van 1861 tot 1866 voeren de Zouaven een lastige strijd, tegen de legendarische Italiaanse bevelhebber, Guiseppe Garibaldi. In 1867 keren de kansen echter voor de Zouaven. Het reguliere Franse leger komt te hulp en gezamenlijk brengen ze de Italianen een nederlaag toe in de slag bij Metena. Paus Pius IX is hier zo verheugd over dat hij een monument voor de Zouaven laat oprichten op de begraafplaats Verano te Rome.

Het beleg van Rome
Het nieuws van de overwinning bij Metena bereikte Nederland en er heerste groot enthousiasme. De trots op de Zouaven was groot. Zij hadden niet alleen meegevochten, maar zelfs in de frontlinie gestaan! Hierdoor was het aantal gesneuvelde Zouaven echter wel erg groot. De totale overwinning was er zeker ook nog niet en er ontstond een soort padstelling. De stad Rome werd omsingeld en de Zouaven vielen ten prooi aan honger en ziekten. De broodnodige steun van de Fransen hield echter de linies rond de stad gesloten.

Het beleg van Rome
Het nieuws van de overwinning bij Metena bereikte Nederland en er heerste groot enthousiasme. De trots op de Zouaven was groot. Zij hadden niet alleen meegevochten, maar zelfs in de frontlinie gestaan! Hierdoor was het aantal gesneuvelde Zouaven echter wel erg groot. De totale overwinning was er zeker ook nog niet en er ontstond een soort padstelling. De stad Rome werd omsingeld en de Zouaven vielen ten prooi aan honger en ziekten. De broodnodige steun van de Fransen hield echter de linies rond de stad gesloten.

Slag om Rome

Einde van het Zouaven-leger
In 1870 komt er een verandering in deze toestand. De Frans-Duitse oorlog breekt uit. De Fransen keren huiswaarts om hun land te beschermen, maar worden binnen korte tijd vernietigend verslagen en capituleren. De Zouaven hebben zonder steun geen kans meer en op 20 september 1870 valt de stad. Aan het avontuur komt, althans voor de overlevenden, nu een einde.

Vreemde krijgsdienst?
De Italianen sturen alle buitenlanders terug naar huis. De ontvangst in Nederland is erg wisselend. Door de regering wordt hun het Nederlands staatsburgerschap afgenomen omdat zij gediend hebben in “vreemde krijgsdienst”. In de katholieke gemeenschap worden ze echter ontvangen als helden! De Zouaven krijgen in 1947 hun staatsburgerschap terug. Dat is dan wel postuum; de laatste Nederlandse Zouaaf overlijdt in de jaren ’30.

De basiliek in Oudenbosch
Meest tastbare herinnering aan deze periode is het Zouaven monument voor de imposante basiliek in Oudenbosch. Maar er is ook nog een herinnering aan Nederlandse Zouaven in Rome, zelfs van één uit Nijmegen!

De Basiliek van Oudenbosch

De laatste Nederlandse gesneuvelden
Drie Nederlandse Zouaven sterven in de laatste strijd om de Heilige Stad. Cornelis Bos uit Nijmegen sterft op 20 september 1870 bij de stadsmuren. Aan zijn zijde valt ook Alfons Houben uit Thorn en Johannes Jorg uit Den Haag raakt zwaar gewond. Johannes zou twee maanden na de strijd overlijden, in de ziekenboeg bezwijkt hij aan zijn verwondingen. Hij is waarschijnlijk de laatste Zouaaf die omkomt.

Hun sterfdag komt overeen met de naam van de grote weg vlak bij hun begraafplaats. De “Via Venti Settembre” herinnert aan de overwinning van het koninkrijk Italië. Als je bij de Thermen van Diocletianus, linksaf de Via Venet opgaat, tussen de hoge kantoorgebouwen door, vind je een weg die linksaf, tussen platanen door, naar beneden krult. Een kerk doemt op. Het is de kerk van de kapucijner monniken. Een wellicht misplaatst bouwwerk in de tijdgeest van vandaag, in deze wereldse omgeving.

Toeristische attractie
In de ondergrondse crypte, te benaderen via het museum van de kerk, bevinden zich de stoffelijke resten van duizenden monniken. Schedels opgestapeld, skeletten in bruine habijten, alle ingrediënten voor een macabere toeristische trekpleister. En dat werkt! De crypte wordt bezocht door grote aantallen toeristen, die, tegen de geldende gedragsregels in, foto’s nemen van de lugubere memento mori.

Een monument voor drie Nijmeegsche Zouaven
Op één kapel na. Niet interessant genoeg, er liggen immers geen beenderen en schedel. Hier ligt een gedenksteen in de grond, die de daaronder gelegen resten keurig afdekt. Geen toerist loopt er binnen, laat staan dat er een verboden foto genomen wordt. Vergeten door de geschiedenis, niet morbide genoeg voor de toerist.

Onder de steen bevinden zich de resten van Alfons, Johannes en Cornelis uit Nijmegen. Samen met een paar van hun strijdmakkers, die in de laatste uren van de strijd het leven lieten. Een aanwezigheid vanuit de Liemers, herinnert aan een bijzondere tijd in de geschiedenis van Nederland èn Rome.

Vers van de Nederlandsche Zouaven:
O konden wij naar Rome gaan
Om heel en gansch te dienst te staan
Van Kerk en Paus en Vaticaan!
Misschien breekt eens dien dag nog aan.

Internationaal
In 1860 richtte de Franse generaal Christophe Léon Louis Juchault de Lamoricière een divisie op die bekend werd als de Frans-Belgische Tirailleurs. Doel van de divisie was de paus te helpen bij de verdediging van de Kerkelijke Staat. Deze divisie zou zich later ontwikkelen tot die van de Pauselijke Zoeaven. Op het hoogtepunt telde de divisie bijna 4600 manschappen. Het pauselijk vreemdelingen legioen was werkelijk internationaal: zoeaven werden overal ter wereld gerekruteerd.

Uniform
De zoeaven droegen een opvallend uniform, dat overigens veel overeenkomsten vertoonde met dat van de oorspronkelijk Franse zouaves. Opvallend aan hun uitdossing was vooral de wijde pofbroek. Deze was even als de rest van het uniform uitgevoerd in de kleur grijs. Alle accenten op het uniform waren uitgevoerd in de kleur rood. Rood was een van de hoofdkleuren van de vlag van de Kerkelijke Staat. Bij dit alles droegen de zoeaven witte slobkousen.

Nederlandse inbreng
Binnen het legioen van de zoeaven hadden de Nederlanders een opmerkelijk groot aandeel. Meer dan 1900 Nederlandse vrijwilligers traden toe tot het ‘leger van de paus’. De oproep daartoe, die van de zalige paus Pius IX zelf was uitgegaan, viel in Nederland in vruchtbare bodem. Even daarvoor, in 1853, was in Nederland de bisschoppelijke hiërarchie hersteld. Het kunnen dienen van de paus, in zijn strijd tegen de Italiaanse nationalisten, was een mogelijkheid uiting te geven aan een nieuw, ontluikend zelfbewustzijn van de Nederlandse katholieken.

Het boek van Lieven Gorissen
De Pauselijke Zoeaven vormden samen met de Zwitserse Garde het leger van de Kerkelijke Staat. Van de ruim 50 Betuwse Zoeaven willen we graag hun nazaten uitnodigen voor de lezing op woensdag 25 maart 2026 in Tiel, wanneer ook hierover een boek wordt gepresenteerd aan het bisdom Utrecht.