In het Duitse Burgsteinfurt woonden al sinds 1400 Pilatten op de Pilathof, die eigendom was van de adellijke familie aldaar. De Pilatten mochten de Hof van generatie op generatie pachten, tot die rond 1900 hun eigendom werd. In het begin van de 19e eeuw was het armoede in Burgsteinfurt en in de boerenomgeving van het nabijgelegen dorp Hollich waar Pilatten en Pilotten vandaan komen. Door industrialisering werden werknemers in de linnenindustrie overbodig. Boerderijen gingen over van vader op de oudste zoon. Jongere zoons moesten omkijken naar ander werk en woning.
Dat was niet gemakkelijk en zo besloten Jan Heinrich Pilat en Johann Pilat hun worteldoek met hun hebben en houden op te nemen en naar Friesland te wandelen. Jan Heinrich Pilat streek als linnenweversknecht neer in Metslawier. Daarna kwam Johann Pilat, hij werd wever, ook in Metslawier. Zo begon het verhaal van de Pilatten en Pilotten in Nederland, een verschuiving door de jaren heen van de Pilatten van Duitsland naar Friesland en omgeving. Waar in Duitsland nog een paar Pilatten wonen zijn in de loop van de tijd grote families Pilat / Pilot in en om Friesland ontstaan. Families met duidelijke roots, veelzijdig en creatief, van heerlijk gewoon tot lekker bijzonder.

Martha van der Zwaag is docent bij NHL Stenden Hogeschool / School of Design in Leeuwarden en docent Nederlands en geschiedenis bij VO Piter Jelles Impulse. Daarnaast heeft Martha een galerie De Kuiperij in beeldende kunst in Feankleaster / Veenklooster.
Sinds december 2025 is Martha voorzitter van de Stichting Pilatten en Pilotten. Deze stichting heeft ten doel het verzamelen en documenteren van gegevens, beeldmateriaal en gesproken materiaal over de geschiedenis van de Pilatten en Pilotten, met als doel publicaties mogelijk te maken; niet alleen voor de familie zelf, maar ook naar buiten toe, als herkenning door andere families.
De lezing is in het Nederlands. Belangstellenden zijn van harte welkom.
De states Beslinga en Friesma in Friens en Idaard en hun bewoners gepresenteerd door Liuwe van der Meer

Tussen 1620 en 1849 lag ten zuiden van de Frienser kerk de state Beslinga, bewoond door leden van de familie Van Sytzama, oorspronkelijk afkomstig van Arum. De familieleden waren veelal actief in het leger en de laatste in Friens wonende leden waren bestuurders van grietenij en provincie. Financiële problemen waren de aanleiding om Friens te verlaten, waarna het huis werd gesloopt en het park gerooid. Tegenwoordig is er geen spoor van terug te vinden, het terrein is afgegraven, maar nog altijd onbebouwd.
In Idaard bouwde grietman Carel van Roorda van Idaarderadeel, zelf wonende in Grou, in 1652 een buitenplaats op het terrein van één van zijn boerderijen; dit fraaie classicistische gebouw is als gebouw beter gedocumenteerd dan Beslingastate in Friens en het huis is laat genoeg gesloopt om nog gefotografeerd te worden.
Het huis is bijna altijd via erfenis overgegaan naar de volgende bewoners, de families Van Viersen en Van Scheltinga. In 1882 werd het huis, na de dood van de laatste bewoner Cornelis Bergsma, wiens moeder een Van Scheltinga was, gesloopt en het park gerooid. Het terrein ligt tegenwoordig nog als weiland achter de lintbebouwing van Idaard.
Hoewel beide huizen hemelsbreed maar 2,8 kilometer van elkaar vandaan lagen, zijn er nooit huwelijken gesloten tussen de families Van Sytzama en de bewoners van Friesmastate in Idaard.
Liuwe van der Meer (Reduzum, 1953) volgde na het gymnasium de lerarenopleiding Ubbo Emmius en was bijna veertig jaar als leraar Nederlands en geschiedenis werkzaam in het middelbaar onderwijs. Daarnaast is hij lid van de excursiecommissie van de Stichting Alde Fryske Tsjerken en heeft hij zitting in het bestuur van de Stichting Freonen fan Tresoar. Hij bespeelt al meer dan 55 jaar het orgel van de kerk van Boazum en is tevens actief in het Maandagochtendkwartet, waarin hij de altviool bespeelt.
Belangstellenden zijn van harte welkom. Toegang vrij.
